Het stelsel bewaken en beveiligen

Het stelsel bewaken en beveiligen

De overheid in Nederland houdt zich bezig met bescherming tegen bedreigingen.

In de grote steden is dat soms te zien aan bewakingscontainers van de politie voor ambassades en aan politiejeeps die rondrijden door de stad. En met sommige politici lopen persoonsbeveiligers mee. Deze zaken zijn in Nederland geregeld in het stelsel bewaken en beveiligen.

Het doel van het stelsel is het voorkomen van (terroristische) aanslagen op personen, objecten en diensten. Het stelsel regelt ook op welke manier beveiligd wordt, als er sprake is van dreiging. Bij bewaken en beveiligen zijn veel partijen betrokken: politie, OM, lokale besturen, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ministeries en de NCTV.

De Directie Bewaken, Beveiligen en Burgerluchtvaart van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is verantwoordelijk voor het stelsel. Het gezag berust bij de minister van Veiligheid en Justitie.

Eigen verantwoordelijkheid staat voorop

Het is voor de Nederlandse overheid onmogelijk om iedereen te beschermen tegen alle mogelijke vormen van dreiging. Veiligheid is daarom allereerst een eigen verantwoordelijkheid van personen en organisaties.

Zo moet iedereen bijvoorbeeld zelf zorgen voor goede sloten en, indien nodig, een inbraakalarm. In tweede instantie mag men rekenen op de werkgever. Deze is verantwoordelijk voor het nemen van de juiste beveiligingsmaatregelen om te voorkomen dat de veiligheid van personen of objecten in gevaar komt.

Is de dreiging echter zo groot dat personen of organisaties er op eigen kracht geen weerstand aan kunnen bieden, dan kan men een beroep doen op de overheid.

Wanneer is sprake van dreiging?

Dat hangt helemaal van de situatie af. Het kan bijvoorbeeld gaan om bedreigingen die via e-mail of telefoon worden geuit, en die door betrokken persoon of organisatie bij de politie zijn gemeld, maar ook om informatie die via politie of inlichtingendiensten wordt verkregen.

Aangifte doen bij de politie

Het eerste loket bij bedreigingen is altijd de politie. Personen of organisaties die te maken krijgen met bedreigingen, doen daarvan aangifte bij de politie. Het is belangrijk dat dat gebeurt, want zonder aangifte is het moeilijker om een juiste inschatting van de dreiging te maken. De politie beoordeelt de dreiging, betrekt daarbij eventueel informatie van inlichtingendiensten en zorgt, indien nodig, voor passende beveiligingsmaatregelen.

De verantwoordelijkheid voor die beveiligingsmaatregelen ligt primair bij de lokale overheid. De politie van de regio waar men woont is verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering ervan.

De beveiligingsmaatregelen kunnen variëren van relatief lichte, technische maatregelen tot intensieve persoonsbeveiliging, afhankelijk van de aard van de dreiging. Beveiligen is maatwerk. De maatregelen worden uitgevoerd door (gespecialiseerde) diensten van de politie.

Landelijke aandacht voor een aantal personen, objecten en diensten

De verantwoordelijkheid voor beveiligingsmaatregelen ligt zoals gezegd primair bij de lokale overheid. In aanvulling daarop heeft de rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid voor personen, objecten en diensten, die een bijzondere functie hebben in onze democratische rechtsorde. Deze personen, objecten en diensten vallen in het zogenoemde ‘rijksdomein’.

Het gaat om:

  • bepaalde personen, objecten of diensten waarvan een ongestoord functioneren het nationale belang dient, zoals van de koning en van politici;
  • bepaalde buitenlandse personen en objecten, zoals buitenlandse staatshoofden die Nederland bezoeken en buitenlandse ambassades in ons land;
  • bepaalde personen, die werken in de strafrechtpleging, zoals de leden van het College van procureurs-generaal.

Samenwerking tussen landelijke en plaatselijke autoriteiten

In het stelsel bewaken en beveiligen is ook de samenwerking geregeld tussen de landelijke en de lokale autoriteiten. Zo kan de rijksoverheid gevraagd en ongevraagd advies geven aan het lokale gezag over te nemen beveiligingsmaatregelen, ook voor personen, objecten en diensten die niet in het rijksdomein vallen.