Copy Cat / Cry Wolf

Het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en de Universiteit van Amsterdam heeft in opdracht van de NCTV onderzoek gedaan naar de fenomenen ‘Cry Wolf’ en ‘Copycat’. Doel van dit onderzoek was om inzichtelijk te maken of deze fenomenen bestaan en zo ja, wat dan de communicatieve consequenties zijn.

Cry Wolf

Cry Wolf is het effect dat optreedt wanneer regelmatig waarschuwingen voor een potentiële gebeurtenis worden gegeven waarbij de daadwerkelijke gebeurtenis (meestal) uitblijft, oftewel het effect van vals alarm. Het beeld bestaat dat mensen door vals alarm het vertrouwen mogelijk verliezen in het systeem of de afzender. Daardoor zouden ze de waarschuwingen naast zich neer kunnen leggen. Uit het onderzoek blijkt echter dat de zogenaamde tolerantiegrens voor vals alarm hoger ligt dan verwacht. Het is zelfs zo dat vals alarm de waakzaamheid en betrokkenheid verhoogt. Uitleg aan het publiek over de werking van het alarm- of waarschuwingssysteem zorgt juist voor een verhoging van de risicoperceptie.

In de communicatie kunnen vier elementen het risico op Cry Wolf verkleinen: de voorgeschiedenis van het alarm (voorfase), de waarschuwing, de termijn, en het handelingsperspectief (alarmfase). Hoe positiever de voorgeschiedenis, hoe kleiner de kans op Cry Wolf. Denk daarbij aan het aantal keren vals alarm, de hoeveelheid media-aandacht of het vertrouwen in de zender. Maak de waarschuwing zo specifiek mogelijk: wat is het risico, voor wie, waar. Hoe concreter deze waarschuwing, de datum, tijd, termijn, en de instructie wat wel en niet te doen, hoe kleiner het risico op Cry Wolf.

Copy Cat

Copycat is imitatiegedrag. Het beeld bestaat dat daders van misdrijven zich zouden laten beïnvloeden of inspireren door incidenten die uitgebreid in het nieuws zijn (geweest). De imitator kopieert meestal binnen tien dagen de oorspronkelijke daad of dreiging. Er lijkt dan een ‘cluster’ van vergelijkbare incidenten op te treden. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen lichte, middelzware en ernstige incidenten. Variërend van vandalisme, bedreiging, mishandeling, zelfdoding tot en met moord. De lichte en middelzware incidenten komen vaker voor. Hier is de kans op Copycat groter, omdat deze acties snel en spontaan zijn uit te voeren zonder al te grote risico’s. Voor de ernstige incidenten, die minder vaak voorkomen, is die kans kleiner. De motieven van de dader kunnen zijn: communicatief (signaal afgeven), expressief (uiting van gemoedstoestand), of instrumenteel (gericht doel bereiken). Uit het onderzoek blijkt met name het communicatieve element een relatie te vertonen met het risico op Copycat, terwijl bij een instrumentele daad dat risico veel kleiner is.

Door de uiteenlopende situaties is het niet mogelijk een ‘overall’ communicatiestrategie te ontwikkelen. Hier gelden de basisprincipes van crisiscommunicatie. Enkele specifieke aandachtspunten zijn de enorm versterkende werking van media aandacht, het belang van ‘duiding’ en het alert zijn op (onterechte) clustering van incidenten. Het advies is om altijd eerst het te verwachte Copycat effect te analyseren.